Ayoub Kharkhach (1998), zelfverklaarde Marokkaanse nachtegaal, won in 2024 de jury- en publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunstfestival. Hij leerde zichzelf zingen en spelen op de mondharmonica – hij heeft er acht. Vanwege zijn angst voor klimaatverandering koopt hij zo min mogelijk nieuw. ‘Maar ik douche nog te lang.’
Een nieuwe richting
Ooit wilde Kharkhach de eerste Marokkaanse boer in Nederland worden. ‘Vanuit het romantische plaatje: lekker buiten, ruimte, groen.’ Maar die plek is al vergeven aan naam- en leeftijdgenoot Ayoub Louihrani. Na een afgebroken studie politicologie koos Ayoub vanuit de wens om de ‘wereld te verbeteren’ voor de studie International Food and Agribusiness aan de Hogere Agrarische School (HAS) in Den Bosch. De nadruk in deze studie ligt op het verduurzamen van levensmiddelenketens, vertelt hij. ‘Een geweldige, inspirerende opleiding’ vond hij het.
Waar komt je wens vandaan om de wereld te verbeteren?
‘Ik denk van mijn moeder. Zij is altijd heel gedreven om de wereld een betere plek te maken en wil altijd overal lessen uit halen. Als we thuis een film keken, vroeg ze nooit waar die over ging of wie erin speelde, maar altijd: “Wat is de moraal van deze film?”’
Wat voor manier wil jij de wereld verbeteren?
‘Eerst wilde ik, zoals zoveel kinderen, dokter worden om mensen beter te maken. Ik heb het gymnasium gedaan dus het had gekund, maar de duur van de studie schrok me af. Vervolgens koos ik voor politicologie om politicus te worden en op te komen voor onderdrukte minderheden. Maar ik vond de studie afstandelijk en onpersoonlijk, met veel te weinig contacturen. Ik wil elke dag geïnspireerd raken: iets interessants horen, iets nieuws leren.’
Ik las dat je heel bezorgd bent over klimaatverandering.
‘Klopt. Daar maak ik me enorme zorgen over. Zo veel, dat het voor mij reden is om geen kinderen te willen. Veel mensen denken dat klimaatverandering iets is voor ver weg, in plaats en tijd, maar het heeft nu al elke dag impact op miljoenen mensen. Zo zag ik laatst een documentaire over eilanden die compleet in zee waren verdwenen. Ik ben heel bang voor hoe de wereld er over tien jaar uitziet. Gek genoeg maakt die angst me ook heel gedreven.’
Waarvoor?
‘Om eraan te doen wat in mijn vermogen ligt.’
Toch die wereldverbeteraar?
‘Ja, maar ik wil waken voor een wijzend vingertje. Mensen willen niet het gevoel hebben dat ze slechte mensen zijn of slecht bezig zijn. Ik geloof veel meer in de aanpak van het Wereldnatuurfonds. Zij willen vooral laten zien hoe mooi de natuur is vanuit het idee: waar je van houdt, dat wil je behouden. De natuur is belangrijk voor mij. Ik wandel graag en in coronatijd heb ik het vogelen ontdekt.’
Hoe? Wat doe of laat je voor het klimaat?
‘Ik koop zo min mogelijk nieuw. Deze hele outfit is tweedehands. Ik eet weinig vlees en vis, en als ik vis eet, vermijd ik de vier meest overbeviste vissen: zalm, kabeljauw, tonijn en garnalen. En ik trek liever een warme trui aan dan dat ik de verwarming hoger zet. Gebruik nooit meer dan je nodig hebt, zelfs al is er overvloed – dat heb ik heel erg van huis meegekregen, en dat zit ook in mij. Alleen kort douchen vind ik moeilijk. Ik sta er altijd te lang onder; dat is wel een guilty pleasure. Een warme douche vind ik heerlijk; daar word ik rustig van.’
Nog meer guilty pleasures?
‘Muziek zou je er ook één kunnen noemen, want ik ben opgevoed met het idee dat dat haram is, verboden. Daar heb ik lang mee geworsteld. Pas op mijn zestiende heb ik mezelf ervan overtuigd dat het oké was om muziek te maken – en ik ben er nooit meer mee opgehouden. Geld voor les was er niet, dus ik heb mezelf alles geleerd: zingen, piano- en gitaarspelen.’
Waarvan heb je te weinig?
‘Slaap. Ik val moeilijk in slaap en lig soms uren wakker. Ook zou ik wel meer controle willen over mijn gedachten. Ik heb een heel onrustig hoofd. Dat is een vloek en een zegen. Ik heb veel ideeën – dat is fijn, maar ik heb ook moeite met ontspannen. Ik zou het mezelf gunnen om beter te kunnen rusten.’
Waarvan krijg je nooit genoeg?
‘Van muziek maken, hartig eten, mensen en hun verhalen en van wandelen. Ik kan uren wandelen. Liefst in de natuur, of ’s avonds in een stille stad. Gewoon doelloos lopen, dat vind ik het fijnste wat er is, dat maakt mijn hoofd helemaal leeg.’
Dit artikel stond in het Genoeg winternummer van 2024, het is iets ingekort voor de website.


