Vraag Jantine Schinkelshoek (45), opgeleid tot landschapsarchitect, naar de (meer)waarde van heggen en ze raakt niet uitgepraat. Enthousiast vertelt ze over bloei en over bessen (‘een buffet voor vogels’) over de verbindende functie (‘goed voor kleine zoogdieren’), de zon- en schaduwkant (‘belangrijk voor de biodiversiteit’), de dichtheid (‘goed voor vogels om te nestelen’), over hoe een heg ‘de bodem rust geeft’ en hoe een heg schaduw en voeding geeft voor vee. En dat is nog slechts een heel korte samenvatting.
‘Ik vind het geweldig om het wonder van de heg te kunnen delen’, zegt Jantine, die liefst heel Nederland ‘aan de heg’ wil.
Tip: ook meeplanten? Meld je aan via de website van Hoopheggen.
Iets doen
Die missie begon in 2018. Tijdens het wandelen en hardlopen in de buurt van haar woonplaats Olst, in Overijssel, betrapte Jantine zich steeds vaker op de gedachte: hoe mooi zou het zijn als daar een heg stond. En daar, en daar, en daar… ‘Beroepsdeformatie’, lacht ze. ‘In mijn hoofd fantaseerde ik het coulisselandschap (een landschap waarin velden worden omzoomd door bomenrijen, houtwallen of heggen, en dat verdwenen is door ruilverkaveling, red.) dat hier ooit was.’
Jantine werkte in die tijd bij een weliswaar ‘erg groen en duurzaam adviesbureau’, maar steeds vaker dacht ze ook: wat gebeurt er met al die adviezen? Hoeveel wordt er daadwerkelijke gerealiseerd, hoeveel wordt er echt vergroend?
Ik vind het geweldig om het wonder van de heg te kunnen delen.
Ze wilde zelf iets doen. Gewoon beginnen met wat wél kan. Uiteindelijk mocht ze bij een buurvrouw een heg planten. Dat deed ze samen met een vriendin. Via via volgde een tweede heg, en een derde… Ze vroeg geld aan bij een fonds (en kreeg dat ook), mensen wilden doneren en helpen. En zo kwam er in 2020 een stichting: Hoopheggen. Het concept is daarbij niet veranderd, zegt Jantine. ‘Nog altijd is het idee dat we iemand helpen de wereld een beetje te vergroenen door middel van een heg op eigen grond.’
Plantochtenden
Particulieren, boeren, een burgerinitiatief: iedereen die een heg wil, kan zich melden bij de stichting. Voor advies-op-maat (welke heg past bij de bodem, het landschap én de wensen/doelen?) en voor (goedkope) aankoop van de juiste heg. Anders dan in een gemiddeld tuincentrum, werkt de stichting enkel met genetisch inheemse heggen, ook wel autochtoon plantgoed genoemd. Denk daarbij aan veldesdoorn, meidoorn, vuilboom, wilde rozen of haagbeuk.
Wordt de heg langer dan tweehonderd meter, dan komt iemand van de stichting, meestal Jantine, persoonlijk langs voor een intake. En vervolgens komt een team vrijwilligers een zaterdagochtend helpen planten. Die plantochtenden – deze winter zijn het er vijftig – zijn altijd een feestje, vindt Jantine, met na afloop een gezamenlijke lunch. ‘Er ontstaan vaak de mooiste gesprekken. Dat sociale aspect is echt een belangrijke bijvangst.’
Inmiddels heeft Hoopheggen op deze manier al 250 heggen geplant, bij elkaar goed voor zo’n 80 kilometer. Dat is weliswaar een fractie van de 225.000 kilometer heg die Nederland naar schatting in de 18de eeuw telde, maar toen was Nederland ook nog lang niet zo dichtbevolkt en dichtbebouwd. En uiteindelijk telt voor Jantine elke heg.
Noodzaak
In 2023 nam Jantine een jaar een sabbatical om zich volledig op Hoopheggen te kunnen focussen. Na dat jaar nam ze ontslag. Inmiddels krijgt ze voor twee dagen salaris uit de stichting, maar ze is er, als ze niet oppast, 24 uur per dag mee bezig.
Ze voelt een noodzaak, zegt ze. ‘Ik maak me zorgen over de natuur, klimaatverandering, het verlies aan biodiversiteit. Zonder biodiversiteit zijn we nergens en alleen in mijn leven is70 procent van de vogels verdwenen! Maar het heeft geen prioriteit voor de politiek. Dus moeten we het zelf doen.’


