‘Ik sta te boek als een radicaal groene denker en zo zie ik mezelf ook. Ik had altijd vrij radicale ideeën, zeker gezien de Nederlandse verhoudingen. In de jaren zestig was het idee: uitbreiding en vooruitgang. Het was de opbouw van de naoorlogse samenleving, de milieuthematiek was toen nieuw. Begin jaren zeventig kreeg die een bredere context. Toen verschenen het rapport van de Club van Rome en Small is Beautiful van de econoom E.F. Schumacher en meer boeken hierover.
Natuur
‘Al jong werd ik aangetrokken door de natuur en leed ik eronder dat er zoveel kapot werd gemaakt. In de jaren zeventig was ik lid van drie actiegroepen die zich inzetten voor natuur en milieu. Ook maakte ik deel uit van een groep van milieufilosofen. Het thema milieu en natuur was toen al behoorlijk bekend en ook in de politiek begon het door te dringen. De PSP, de Pacifistisch Socialistische Partij, de enige partij waarvan ik ooit lid ben geweest, was de eerste die het op de agenda zette. Later volgde de fusie met CPN, PPR en EVP en dat is GroenLinks geworden.
‘Niet al mijn boeken gaan over de natuur, absoluut niet. Ik heb ook over andere onderwerpen geschreven: Europa, landschappen en dieren. Ik heb een brede belangstelling, ook voor archeologie en kunst. En ik ben niet alleen filosoof maar ook antropoloog. Wat me in natuur en milieu altijd het meest heeft geïnteresseerd, zijn de opvattingen die in een cultuur bestaan over de natuur, dus de cultuurbepaaldheid van ons natuurbeeld. Dat blijf ik nog altijd zeer boeiend vinden.
Ecologie
‘Al in mijn derde boek, Over de waarde van culturen (1976), heb ik het over ecologie en pleit ik voor ecologisch denken en voor een maatschappij met de ecologie als maatstaf. In Over de val van Prometheus. Over de keerzijden van vooruitgang (2010) staan de schadelijke gevolgen van de obsessie met economische groei en consumentisme centraal. Hoewel die inmiddels steeds zichtbaarder zijn, blíjft het idee dat economische groei noodzakelijk is dominant. Dat zit heel diep in onze cultuur. Het heeft te maken met de idee van vooruitgang vanaf de 18de en 19de eeuw. En natuurlijk ook met het kapitalisme. Want dat is intrinsiek uit op uitbreiding, ook in concurrentie met anderen.
Al sinds de jaren 70 pleit ik voor ecologisch denken.
‘Er is een radicale transformatie noodzakelijk, zowel cognitief als economisch. Want anders blijft het dweilen met de kraan open. Maar er is veel weerstand, ook vanwege allerlei belangen. De klimaatcrisis hangt natuurlijk ook samen met machtsstructuren en extreme ongelijkheid.
‘Ideeën om te komen tot een meer ecologische samenleving leven al dertig jaar, maar de mainstream gaat in de praktijk gewoon door op dezelfde weg. Je wordt niet meer weggelachen als je praat over een niet op groei gerichte economie. Vroeger wel, want het was zó ondenkbaar. Je ziet dat de samenleving er langzaam maar zeker voor open komt te staan. Maar het moet uiteindelijk toch zijn vertaling vinden in de politiek en daar komt geen echte doorbraak. GroenLinks heeft best wat teweeggebracht, maar het blijft klein en de laatste jaren neemt het aantal zetels zelfs af, net als van de Partij voor de Dieren.
Vertrek
‘Zelf ben ik in 1991 uit Nederland vertrokken als ‘ecologisch vluchteling’. Hoewel ik erg van Nederland houd, voelde ik me van m’n eigen land vervreemd omdat er zoveel veranderde, met name in het landschap. Ik ervaarde steeds meer landschapspijn. Nu woon ik op een boerderij in de Franse Dordogne en ik leef er eenvoudig. Deze zomer had ik te maken met meerdere extreme hittegolven en eind juli rook ik de branden ten westen van Bordeaux, waar ik zo’n honderd kilometer vandaan zit. Je bent nergens helemaal veilig voor klimaatverandering.
‘Maar ik ben niet naar Frankrijk gegaan omdat het er beter is, maar omdat het er veel groter, dunner bevolkt en stiller is. Hoewel ze hier dezelfde fouten maken en hier hetzelfde kapitalisme is als in Nederland, kun je je er langer aan onttrekken. En ik zit hier wel in een veel rijkere natuur dan in Nederland. Niet voor niets gaan miljoenen Nederlanders elk jaar naar Frankrijk op vakantie.
Transformatie nodig
‘Natuurlijk hoop ik dat mijn boeken de wereld hebben helpen veranderen, maar ik heb geen idee in welke mate dat het geval is. De beweging om het anders te willen doen is heel breed en dat zijn niet allemaal mensen met interesse in filosofie. Tegelijk blijft het allemaal relatief marginaal, zolang het niet leidt tot een transformatie van onze samenleving en we niet kiezen voor een niet op groei gerichte economie. Er zijn meerdere economen geweest, ook in Nederland en Frankrijk, die daarvoor pleiten. De ideeën zijn er wel, ook op hoog niveau. Ze zijn er ook al lang. Een interessante denker in Frankrijk, econoom en filosoof Serge Latouche, pleitte al minstens dertig jaar geleden voor degrowth.
‘Langzaam maar zeker breidt de cirkel zich uit van mensen die ervan overtuigd zijn: zo kan het niet langer. Tijdens het intermezzo van covid lag het leven stil en dachten veel mensen: nu gaan we het anders doen. Maar binnen de kortst mogelijke tijd waren het consumptiepatroon en het patroon van vakanties en vliegen er weer... We zijn nogal hardleers, vrees ik.
Kortzichtig
‘Ik zie de mens als een tragisch dier. Onze geschiedenis is tragisch. Aan de ene kant is het een opeenvolging van prachtige uitvindingen, aan de andere kant blijkt steeds weer dat we niet in staat zijn een aantal dingen te voorzien. Dan worden we het slachtoffer van onze eigen uitvindingen en moeten we ons enorm inspannen om de negatieve gevolgen daarvan te beperken. In dit opzicht is de mensheid ongeneeslijk kortzichtig.
‘Het is heel moeilijk om een samenleving te veranderen die gebaseerd is op een diepgeworteld idee van vooruitgang, en op het idee dat de natuur er voor ons is. Vooral als het geld kost, of als mensen een stap terug moeten doen in welvaart.
In Nederland voelde ik steeds meer landschapspijn. Nu woon ik op een boerderij in Frankrijk en leef eenvoudig.
Optimistisch
‘In mijn laatstverschenen boek schrijf ik dat ik hoop heb zonder optimist te zijn. Ik noem mezelf daarin een actief pessimist, want ik wil me blijven inzetten voor een betere wereld. Hoop en energie ontleen ik vooral aan het proces van bewustwording dat wel degelijk plaatsvindt. Er is al veel gewonnen als ik dat vergelijk met vijftig jaar geleden.
‘Zo zie ik zeker dat het denken over de relatie tussen mens en natuur de laatste jaren minder antropocentrisch wordt. Heel veel mensen zijn welwillend en maken zich zorgen, omdat ze de gevolgen van klimaatverandering zien. Maar ze blijken niet in staat of bereid om daar de consequenties uit te trekken, zoals niet vliegen, de auto zo veel mogelijk laten staan en geen vlees eten.
Genoeg
‘Er zijn wel bewegingen die daarop inhaken en waarbij ik betrokken ben, zoals de Beweging van vrijwillige eenvoud. Ook ben ik lid van een radicaal-ecologische denkgroep in Vlaanderen. Je zou me de filosoof van het genoeg kunnen noemen. Het woord ‘genoeg’ is heel belangrijk voor mij. Dat gaat over het idee van grenzen bewaken en, terwijl reclame je steeds allerlei behoeften aanpraat, meester blijven over je behoeften, omdat je maat wilt houden. Het sluit aan bij oude stromingen. Zo is het een belangrijk thema in de Griekse filosofie, onder meer van de stoïcijnen.
‘Als je me vraagt wat er nodig is, wil er een meer ecologische samenleving ontstaan, zeg ik recht voor z’n raap: een catastrofe. En die richting bewegen we op, met name als het gaat over klimaatverandering. Die kan niemand meer ontkennen, behalve dan als je Trump heet. Als je bedenkt dat de VS als rijkste land nu net doet of dat niet bestaat… Dat is echt ongelooflijk.
‘Misschien verandert het pas als duidelijk wordt dat de gevolgen van klimaatverandering echt veel geld gaan kosten en dat de koopkracht minder wordt. Want dat maakt toch de meeste indruk, niet de schade aan de natuur. Wat dat betreft ben ik mijn illusies allang verloren.’
Dit interview met Ton Lemaire komt uit het Genoeg herfstnummer van 2026.


