Beleggen? Zes jaar geleden had ik daar nog een heel andere mening over. Ingewikkeld, saai en vooral iets voor mensen met véél geld. Niet iets wat bij mij en mijn manier van leven paste. Maar tijdens de corona-epidemie had ik ineens tijd over én wat geld, doordat ik bijna niks uitgaf. Ik wilde iets doen – voor mezelf én de wereld.
Lang verhaal kort: ik ging beleggen, en koos daarbij voor een thema dat mij persoonlijke erg aanspreekt: vrouwenrechten. Het werd een beleggingsfonds dat investeert in vrouwelijk leiderschap.
Beginnen met beleggen
In het begin vond ik dat hele beleggen best spannend. Ik checkte elke dag mijn beleggersrekening. Nu heb ik daar veel meer rust in. Mijn rendement stijgt gestaag.
Maar onlangs kwam ik erachter dat mijn beleggingen nog duurzamer kunnen. Er zijn namelijk officieel drie categorieën beleggingen: grijs, lichtgroen en donkergroen – en mijn beleggingsfonds heeft de kwalificatie ‘lichtgroen’.
Een volgende stap in mijn beleggingsavontuur is dan ook: me verdiepen in die donkergroene beleggingen. Daarvoor klop ik aan bij Wouter van Leusen. Hij is medeoprichter van en beleggingsadviseur bij Stan&Wende, een bedrijf dat is gespecialiseerd in donkergroen beleggen.
Niet alleen voor de winst
‘Donkergroen beleggen is het echte duurzame beleggen’, zegt Van Leusen. ‘Dat betekent dat niet alleen de winst telt, maar ook het aantoonbare sociale en maatschappelijke rendement.’
Dat label ‘donkergroen’ is niet iets wat financiële organisaties zomaar op hun beleggingsproducten mogen plakken, vertelt Van Leusen. In 2021 bepaalde de Europese Unie dat ze verplicht moeten melden in hoeverre hun financiële producten duurzaam zijn, en op basis waarvan dan. De EU onderscheidt daarbij drie categorieën: ‘geen duurzaamheidskenmerken’ (in het dagelijks gebruik: ‘grijs’); ‘bevordert ecologische/sociale kenmerken’ (‘lichtgroen’) en ‘heeft een duurzaam beleggingsdoel’ (‘donkergroen’).
Die labels maken het voor mensen die duurzaam willen beleggen makkelijker om te kiezen tussen diverse aanbieders. Want al zijn het geen keurmerken, ze creëren wel verplichtingen en transparantie. Ook zorgt de regelgeving voor een juridisch kader waarop instellingen als toezichthouder AFM actie kunnen ondernemen.
Bij ‘grijs’ is het label sowieso niet echt een probleem, zegt Van Leusen. ‘Daar hoeven aanbieders alleen maar naar financieel rendement te kijken. Wapens, olie, het maakt niks uit. Als het maar geld oplevert.’
Voor het label ‘lichtgroen’ is een duurzame intentie al voldoende. Daar ligt greenwashing dus op de loer. Van Leusen: ‘Zodra er één lichtgroen flintertje in een fonds zit, wordt het al snel groen genoemd. Als je dan iets verder kijkt, zie je echter vaak dat de zwaargewichten in het fonds bedrijven zijn als Apple, Amazon, Tesla en Meta. Allesbehalve groen dus.’ Check daarom voor je in zo’n fonds gaat beleggen goed of het wel echt zo duurzaam is wat ze doen.
Bij ‘donkergroen’ moeten de aanbieders echter heel precies duidelijk maken aan welke duurzaamheidskenmerken ze voldoen. Hier zit je dus in principe goed als je duurzaam wilt beleggen.
Krediet voor een koe
Een voorbeeld van donkergroen beleggen zijn microkredietfondsen. Deze fondsen verstrekken kleine leningen aan mensen die niet bij banken kunnen lenen omdat hun inkomen te laag is of ze niets hebben wat ze in onderpand kunnen geven. Van Leusen: ‘Met microkredieten leen je geld uit aan mensen die het minder getroffen hebben dan wij, bijvoorbeeld vrouwen in ontwikkelingslanden. Zij kopen van dat geld een koe of een naaimachine. Deze vrouwen willen vooruit in het leven, ze voelen de verantwoordelijkheid voor het gezin. Daardoor zie je dat 95 procent van deze microkredieten wordt terugbetaald.’
Mocht degene die het microkrediet heeft gekregen, dat om welke reden dan ook niet kunnen terugbetalen, dan is dat voor risico van de investeringsmaatschappij waar jij jouw geld belegt. Bij ASN of Triodos kun je je geld beleggen in microkredietfondsen.
Een andere organisatie waar je microkredieten kunt financieren, is Lendahand. Dat is wel iets anders; doordat Lendahand geen beursgenoteerd beleggingsfonds is, kun je er alleen individuele microkredieten financieren. Van Leusen voegt hieraan toe: ‘Beleggen in microkredieten is niet om de rijken rijker te maken, het is om mensen uit de armoede te halen.’
3x slim beleggen
1. Beleg vanuit rust. Je doet het voor de lange termijn, met geld dat je echt kunt missen. Van Leusen hanteert hiervoor de standaard: geld waarvan je zeker weet dat je het vier tot vijf jaar niet nodig hebt. Anders kun je beter gaan sparen. Kies je voor pensioenbeleggen, dan staat je geld sowieso vast tot aan je pensioen.
2. Spreid je beleggingen. Beleg bijvoorbeeld een gedeelte in aandelen, een gedeelte in obligaties en een gedeelte in microkredieten. Als de ene belegging wat minder gaat, kan de andere daarvoor compenseren. Tip: Kijk naar toekomstbestendige fondsen, bijvoorbeeld beleggingen in water, duurzame energie en klimaat.
3. Wees scherp op greenwashing. Om zeker te weten dat je écht donkergroen belegt, check je in de beschrijving van je belegging of deze is geclassificeerd als artikel 9 volgens de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR). Kom je er niet uit, leg dan je vraag voor aan een onafhankelijk financieel adviseur. Je kunt er ook voor kiezen om alleen te beleggen bij bijvoorbeeld ASN, Triodos of Lendahand.
Paar tientjes per maand
Mensen uit de armoede helpen draagt zeker bij aan een betere wereld. Maar hoe weet je of beleggen iets voor jou is? Je bent er in elk geval nooit te oud voor, vindt Van Leusen. Ook zijn moeder van 88 belegt: ‘Ze is tevreden met wat ze heeft, ze hoeft niet groots en meeslepend te leven. Ze maakt de bewuste keuze om “over haar horizon heen te beleggen”. Met het geld dat ze over heeft, belegt ze nu in donkergroene fondsen. En, zo meent ze, het is alleen maar mooi meegenomen als er straks wat extra geld is voor de kinderen en kleinkinderen.’
Maar wat als je niet veel geld hebt? Kun je dan ook beleggen? Van Leusen draait het om: ‘Kun je het je veroorloven om het níét te doen? Eén ding weet je zeker, als je je geld op de bank laat staan, wordt het door inflatie ieder jaar minder waard.’
Zijn advies: houd je binnen de levensstijl die je nu hebt geld over dat je op de korte termijn niet nodig hebt, dan kun je ervoor kiezen het te beleggen. ‘Dat kan al met een paar tientjes per maand.’
Extra pensioen
Wel is het belangrijk om je af te vragen waaróm je wilt beleggen, vervolgt Van Leusen. ‘Wil je een extra pensioenpotje? Dan is het handig om te berekenen hoeveel je dan nodig hebt. Je hebt nu een bepaalde levensstijl. Het is prettig als je die kunt behouden als je straks met pensioen gaat. Online heb je allerlei rekentools waarmee je dat met een paar klikken kunt uitrekenen.’
Beleggen voor een aanvulling op je pensioen kun je gewoon zelf doen. Maar als je een zogeheten pensioengat hebt, kan het ook via een speciale pensioenbeleggingsrekening. Dit is een geblokkeerde rekening; het geld dat je erop stort, staat vast tot je met pensioen gaat. Ook daarna is het niet vrij te besteden; je moet het omzetten in een zogeheten lijfrenteuitkering. Maar een groot voordeel van zo’n speciale pensioenbelegging is dat je inleg nu aftrekbaar is van je inkomstenbelasting. Daar profiteer je dus op de korte termijn van. Vanaf je AOW-datum betaal je er wel belasting over, maar vaak tegen een veel lager tarief.
Een buffer tegen een burn-out?
Steeds meer mensen komen erachter dat geluk niet zit in ‘meer-meer-meer’. Dat blijkt ook wel uit de stijgende burn-outcijfers. Volgens het RIVM steeg het aandeel werknemers met burn-outklachten tussen 2014 en 2024 van 13,4% naar 20,1%. Onder zelfstandig ondernemers nam het toe van 7,5% naar 11,8%.
Een van de manieren om een potje op te bouwen waardoor je op termijn minder kunt gaan werken of eerder kunt stoppen, is beginnen met beleggen. Houd er daarbij wel rekening mee dat aan beleggen meer risico is verbonden dan aan sparen. Spaargeld wordt door inflatie minder waard, maar je kunt het in principe niet kwijtraken. Bij beleggingen kun je je inleg verliezen.
Meer impact
Misschien ben je voor het behoud van die wereld al bewust korter gaan douchen. Of staat de kachel twee graden lager. Donkergroen beleggen past ook perfect in de wens om bewuster met je omgeving om te gaan.
Van Leusen: ‘Er is onderzoek gedaan naar manieren om je CO₂-footprint te verkleinen. Daarbij zijn allerlei bekende acties vergeleken, zoals korter douchen, vaker de trein nemen, minder vlees eten en minder vaak vliegen. Dat is allemaal goed en belangrijk, maar wist je dat je geld serieus duurzaam beleggen tot wel 27 keer méér impact heeft dan al die vier maatregelen bij elkaar opgeteld? Donkergroen beleggen doe je dus echt vóór de wereld.'
Volgende keer in Genoeg deel 2: alles over slim sparen.
Meer lezen over beleggen? Hier vind je nog een artikel over het beginnen met beleggen.


