Stiekem ben ik al begonnen. Er staan paprika en peper onder de groeilampen, en de eerste bloemen zoals zonnehoed. Niet zo duurzaam, ik weet het. Helaas heb ik die lampen nodig, want de woonkamer van mijn benedenwoning midden in de stad is donker. De lampen probeer ik een beetje te compenseren door zoveel mogelijk te zaaien in spullen die ik al in huis heb, zoals wc-rolletjes, champignondozen en yoghurtbekers. Als plantenlabels gebruik ik onder andere opgespaarde stokjes van waterijsjes.
De eerste zaailingen
In mijn stadstuin staan in wc-rollen ook al wat voorgezaaide tuinbonen, sugarsnaps en peultjes. Die had ik qua temperatuur prima in de volle grond kunnen zaaien, ze ontkiemen al bij 5 graden Celsius. Maar dan eten vogels en muizen het zaad op, en slakken zijn dol op het eerste, verse groen. Vandaar deze beschermde omgeving. Geen stress trouwens, je kunt ze tot in april zaaien.
De zaailingen van spruitjes en palmkool hebben na het kiemen geen warmte meer nodig. Die zet ik, net als de grotere zaailingen van paprika, in mijn koele, lichte slaapkamer. Ik zorg dat ze niet de hele dag in de brandende zon staan.
Zaailingen die je binnen hebt opgekweekt, zet je niet pardoes buiten. Ze moeten eerst rustig wennen aan de omstandigheden daar, afharden heet dat. Een week lang zet je ze elke dag steeds ietsje langer buiten, je begint met een paar uur per dag. Zo krijgen ze geen groeistilstand als je ze in de moestuin uitplant.
Tijd voor tomaten
Met het zaaien van tomaten moet je niet te lang wachten. Half maart is de perfecte tijd. Met courgette, pompoen en komkommer wacht ik zelf altijd tot half april. Die groeien zo snel! Voor je het weet, zit je met veel te grote en vaak ook veel te slappe planten die te groot worden voor hun potjes. Want tja, je moet toch echt even wachten tot de nachtvorst voorbij is, voor je deze vruchtgewassen buiten kunt uitplanten. Ze houden niet van de kou.
Moestuin klaarmaken
In mijn stadsmoestuin, langs het spoor in Utrecht, komen de eerste bloembollen voor de bijen op. In het vroege voorjaar kan ik hier ook al lekker aan de slag. Ik wied het onkruid en vertroetel de bodem met een laag compost. Als jouw bodem niet zo vruchtbaar is, kun je wat rijpe mest geven. Sommige moestuiniers spitten hun bodem in het voorjaar. Ik doe dat niet, dan verstoor ik het bodemleven en profiteren planten daar minder van.
Als mijn bodem voorbereid is, ga ik aan de knutsel. Van bamboestokken maak ik een klimrekje voor de sugarsnaps en lage peultjes. Voor de kleine klimpompoen (het ras Jack be little) en de stokbonen maak ik een tipi van bamboestokken en touw. Rond half mei is er geen kans meer op nachtvorst. Ik ben er klaar voor: alle zaailingen gaan het huis uit, tijd dat ze op eigen benen staan. Eindelijk heb ik het huis weer voor mezelf!


