Ben jij net als vele anderen een fanatiek wandelaar? Wandelen is heerlijk én goed voor je. Maar tijdens een hittegolf is een wandeling midden op de dag niet de beste keuze. Zeker tijdens een tropennacht: een etmaal waarin het niet koeler wordt dan 20 graden. Gelukkig zijn er opties als je wilt blijven bewegen zonder oververhit te raken. Met deze praktische tips ga je voorbereid op pad.
Wanneer de temperaturen overdag richting de dertig graden stijgen, blijft het in de bossen en buitengebieden lang warm. Pas diep in de nacht koelt de grond echt af. Rond drie of vier uur ’s nachts bereikt de temperatuur het laagste punt. Dat maakt de late avond, de nacht en de vroege ochtend de ideale momenten voor een zomertocht. Alleen kun je dan niet overal terecht.
Toegankelijkheid van natuurgebieden
Het belangrijkste om in de gaten te houden bij een nachtwandeling is de locatie. Vrijwel alle Nederlandse natuurgebieden van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen zijn tussen zonsondergang en zonsopgang verboden toegang. Dit is om de rust van het wild te waarborgen, dat juist in de schemering en nacht actief wordt op zoek naar voedsel.
Nachtwandeling
Wil je toch de natuur in? Dan zijn er twee opties:
-
Georganiseerde nachtwandelingen: boswachters organiseren tijdens warme zomerweken regelmatig legale nacht- en schemerwandelingen. Hou hiervoor de activiteitenkaarten van de natuurorganisaties in de gaten.
-
Wandelen op de openbare weg: buiten de natuurgebieden kun je prima wandelen op openbare landwegen, dijken, fietspaden en door het buitengebied. Een wandeling over de dijk met uitzicht over de uiterwaarden is ook rustgevend en koel.
Praktische tips
-
Gebruik rood licht: neem altijd een hoofdlamp of zaklamp mee voor onoverzichtelijke stukken, maar laat het felle witte licht zo veel mogelijk uit. Wit licht verblindt niet alleen jezelf (je ogen moeten telkens opnieuw wennen aan het donker), maar verstoort ook de reeën, dassen en vogels. Veel hoofdlampjes hebben een stand met rood licht. Dit is zacht voor je ogen, behoudt je nachtzicht en schrikt wild minder snel af.
-
Laat je oren het werk doen: wandelen in het donker activeert je andere zintuigen. Laat de oortjes met muziek of podcasts dus een keer thuis. In de stille nacht hoor je het ritselen in de bosjes, het roepen van de steenuil of het kabbelen van het water veel intenser.
-
Kleding in laagjes: hoewel het overdag heet is, kan de temperatuur in het buitengebied tijdens een heldere nacht flink dalen. Vooral vlak voor zonsopgang, wanneer de luchtvochtigheid hoog is, kan het fris aanvoelen. Neem een dun, ademend jasje of een extra shirt mee in je rugzak.
-
Zorg voor zichtbaarheid: loop je op de openbare weg of langs fietspaden? Zorg dan dat je gezien wordt door eventueel achteropkomend verkeer. Een simpel reflecterend vestje of een klein rood lampje aan je rugzak is voldoende.
De vroege dauwwandeling
Ben je geen nachtuil? Kies dan voor de vroege ochtend. Wie rond 05:30 uur start, profiteert van het koelste moment van de dag. De natuur is dan net weer open voor publiek. Bovendien is de kans om wild zoals reeën of vossen te spotten in de vroege ochtenduren vele malen groter dan overdag, omdat de rust in het bos dan nog niet is verstoord door het recreatieverkeer.


